Interpellaties
20 oktober 2008
Budgetbespreking 2009
OPRICHTING APB DE WARANDE TURNHOUT
Voorzitter, collega's,
Voor ik tot de kern van mijn tussenkomst wil komen wil ik mij graag eerst even tot de CD&V-fractie en meer bepaald tot u, mijnheer Luyten, wenden…
Dat u uw bestendig afgevaardigde steunt lijkt mij logisch, maar iets minder logisch vond ik uw betoog m.b.t. de Warande en de conclusies die u hieruit trekt. U stelt - terecht overigens- dat De Warande een bovenlokale, regionale uitstraling heeft en verwijst naar de grensfunctie van dit cultureel centrum. Precies de ligging van dit centrum in Turnhout, vlak bij de rijksgrens, leidt - zoals u een beetje korzelig opmerkt - onvermijdelijk tot het aantrekken van bezoekers van over deze grens. Een korzeligheid, collega Luyten, die nochtans integraal op conto van uw partij te schrijven is. Hebt u zich nooit afgevraagd waarom men eind jaren 60, begin jaren '70 van de vorige eeuw uitgerekend in deze uithoek van het land dergelijke cultuurtempel heeft gebouwd ? Even uw geheugen opfrissen mijnheer Luyten ?
In '68 trad er een nieuwe minister van cultuur aa,, de in Turnhout geboren Frans Van Mechelen… De CVP'er Van Mechelen had grootse plannen m.b.t. cultuurspreiding. Hij wou buiten de grote steden minstens drie heuse multifunctionele culturele centra uitbouwen, een voor die tijd nieuw en vooral revolutionair concept. De locatie van het CC Hasselt en de Westrand in Dilbeek waren geografisch perfect te verantwoorden. Om één of andere reden werd ook het afgelegen Turnhout één van de drie uitverkoren plaatsen om dit experiment concreet vorm te geven. Mijnheer Luyten, bent u met uw lange staat van de dienst binnen de CVP en later CD&V 'vergeten' dat het goed mogelijk was dat de latere CVP- burgemeester van Turnhout, Richard Proost toentertijd schepen van cultuur, én die, toevallig of niet, de kabinetschef van minister Van Mechelen was, mee aan de basis lag van deze beslissing..? Kom vandaag dus niet klagen…
Gisteren verschool bestendig afgevaardigde Ludo Helsen zich - wellicht geïnspireerd door ambitieuze adagium van de gouverneur - achter ambitie om zijn merkwaardige gedrag in dit dossier te verantwoorden. Mijnheer Helsen, u weet, dat ik net als u een verstokt liefhebber van citaten ben. Graag geef ik er u ééntje dat u blijkbaar niet kent. Oscar Wilde omschreef in zijn ' Phrases and Philosophies for the Use of the Young' ambitie als volgt: 'Ambitie is het laatste toevluchtsoord voor mislukkelingen.'
Let op, ik ga u er zeker niet van verdenken een mislukkeling te zijn, verre van, maar u moet oppassen welke motieven u aanhaalt om uw manier van handelen te motiveren. En sta mij toe dit te zeggen: uw manier van handelen staat mij niet aan…
Om even uw geheugen op te frissen: het begon allemaal op 7 juli jongstleden toen volgens berichtje weggemoffeld op pagina 15 van de 'Gazet van Antwerpen' verscheen: 'Er zijn informele gesprekken gestart tussen cultuurcentrum De Warande in Turnhout en het provinciebestuur over een mogelijke ruimere financiering vanuit de provincie. Dat bevestigen verscheidene bronnen. Concrete gegevens leverden die gesprekken nog niet op. Eerste gedeputeerde Ludo Helsen reageert verveeld op het uitlekken van de onderhandelingen. 'Er was helemaal nog niets bepaald. Deze aftastende gesprekken waren zeer vertrouwelijk. Als zelfs dat niet meer in vertrouwen kan, hoeft het voor mij niet meer…'
Op 7 juli was er dus sprake van een 'mogelijke ruimere financiering vanuit de provincie' en nog geen twee maanden later, bij de voorstelling van het budget 2009 in dit huis klonk het plotseling totaal anders. Tussen neus en lippen gaf bestendig afgevaardigde Ludo Helsen ons - als was het een te minimaliseren detail - ook nog gauw, gauw mee, dat het provinciebestuur De Warande… gaat overnemen… Mijnheer Helsen vond het op dat ogenblik blijkbaar niet nodig enige tekst en uitleg te geven bij deze beleidskeuze.
Kijk, ik heb er geen problemen mee dat een bestendige deputatie of een lid van deze deputatie politieke, beleidsmatige keuzes maakt. Sterker nog, dit valt alleen maar toe te juichen, want dat is precies de taak van een deputatie of van een lid van een deputatie. Waar ik het echter wél érg moeilijk mee heb is het feit dat, wat dit dossier betreft -op zijn zachtst gezegd - de indruk gewekt werd dat men op een slinkse wijze de provincieraad buiten spel wilde zetten. Zonder enige vorm van terugkoppeling naar de raad, zonder énige vorm van debat in de raad even snel, snel, netjes weggemoffeld in het budget, een beslissing door deze raad jagen…
En trouwens niet alleen door deze raad, maar ook door de Raad van Bestuur van de Warande, die net als wij, in september plots geconfronteerd werd met deze overname. In Turnhout had de burgemeester tenminste nog het politieke fatsoen om de dag voorafgaand aan de vergadering van de Raad van Bestuur, alle fractieleiders uit de gemeenteraad bijeen te roepen om hen te melden dat er 'nieuws was met betrekking tot De Warande'.
Hier, in dit huis bleef het echter oorverdovend stil… Geen woord tijdens de provincieraad in september… En dan was er de commissievergadering van vorige week maandag.
Waarde collega Helsen, hebt u intussen al de tijd gevonden om uit te vogelen waarvoor de in het provinciale budget 2009, onder de noemer 'Grote werken aan gebouwen: de Warande', opgenomen 590.000 euro moeten dienen ? Toen mijn collega Anneke Luyckx, vorige week maandag op de commissievergadering ter voorbereiding van de budgetbesprekingen, bij herhaling u verzocht om hierover even uw licht te laten schijnen, bleek uw lampje plots stuk te zijn… Een gemompeld 'dat zal ik laten opzoeken' en daarmee was de kous af. Ik geef toe, een bedrag van 590. 000 euro is natuurlijk een peulschil en u wilde wellicht de commissieleden niet al te lang vervelen met ellenlange uitweidingen over de manier waarop gemeenschapsgeld - in uw visie - dient gespendeerd te worden. Ik dank u dan ook -wellicht namens alle commissieleden- voor uw mededogen en uitzonderlijke mildheid….
Toch moest ik naderhand vaststellen dat er iets bij mij bleef én blijft knagen. Iets… - hoe zou ik dit zeggen ? - onbehagelijks…
Onbehagen collega's, omdat een bestendig afgevaardigde - nota bene tijdens een commissievergadering die enkel en alleen bij elkaar werd geroepen om tekst en uitleg te geven bij het budget 2009 - het niet nodig vond om diezelfde tekst en uitleg te geven op de vraag waarvoor een bedrag van 590.000 euro op dit artikel moest worden ingeschreven… 590.000 euro collega's of bijna 24 miljoen oude Belze frankskes… Geen 59 euro, collega's, geen 590 euro collega's, maar 590.000 euro en onze Ludo -nochtans van Laakdal tot Stabroek bekend staand omwille van zijn spitse, gevatte, wat zeg ik, eloquente taalgebruik, - zat daar plots met zijn mond vol tanden… Als van de Hand Gods geslagen. Je zag hem gewoonweg dénken 'Plopperdeplop ! Wat vragen ze me nu weer.. ?
'We hebben een basisovereenkomst bereikt' zei u gisteren. Waarom hebt u daar geen uitleg over gegeven op de commissie ? Er werden daar zeer concrete vragen gesteld, maar het bleef oorverdovend stil aan uw zijde van de tafel… U ging op alle denkbare wijzen een debat uit de weg. Waarom ?
En dan was er de toespraak van Ludo Helsen gisteren… Eindelijk -zo dacht ik - eindelijk zouden wij te weten komen waarom en op welke manier de plannen voor dit APB tot stand waren gekomen…
Ludo Helsen had gisteren exact 162 seconden nodig - géén volle 3 minuten dus - om haarfijn, van naadje tot draadje uit te leggen waarom het Antwerpse provinciebestuur in zijn staatkundig concept dé uitverkorene is om De Warande over te nemen…
Begrijp mij goed collega's: Mij hoor je niet klagen, want voor het lezen van de toelichting bij de beleidsnota bij De Warande , nl. 'De nodige kredieten worden ingeschreven voor de start van het APB de Warande medio 2009. Dit impliceert voor 2009 een halve dotatie voor het APB en vanaf 2010 een volledige dotatie ', had ik 2 seconden nodig. Gelukkig voor mijn leeshonger en zucht naar kennis was er nog de toelichtende tekst bij de Strategische Doelstellingen en ik citeer: 'Bevorderen van de cultuurdeelname en -creatie door het initi t n, ik vermoed dat hier initiëren moest staan ? , verbeteren, verantwoord spreiden, promoten en kenbaar maken van het kunst- en cultuuraanbod, zowel van de eigen diensten en instellingen als van derden, voor zoveel mogelijk mensen.'
Kan het nog nietszeggender, collega's ?
En wat hebben wij uit deze 162 seconden kunnen onthouden collega's ? De Warande is géén bedrijf in problemen, maar uitermate succesvol.
De Warande is een absolute topper én rolmodel en verdient het bijgevolg door een andere topper én rolmodel, met name de provincie te worden overgenomen. Mijnheer Helsen, uit uw weloverwogen citatenkeuze gisteren bleek uw voorliefde voor Johann Wolfgang von Goethe, en ik moet toegeven 'In der beschränkung zeigt sich der wahre Meister', maar dit was volgens mij nét van het goede teveel of om de historische woorden van Goethe te herhalen die hij op 3 september 1785 om 21.52 u. op de Zeughof in Weimar tegen Charlotte von Stein uitsprak: 'Quatsch, quatsch, dreimal quatsch !'
En daarmee is de kous af, of toch niet, collega's ?
Ik wil heel even met u vijf jaar terug gaan in de tijd.
Het provinciale reglement op de subsidiëring van cultuur- en gemeenschapscentra van 23 januari 2003 voorzag in de mogelijkheid om een convenant af te sluiten tussen de drie arrondissementshoofdplaatsen Antwerpen, Mechelen, Turnhout en het provinciebestuur. Indertijd had ik al luidop de vraag gesteld of dit reglement eigenlijk wel zo'n goed idee was… De motivering die indertijd werd gegeven - jawel collega's toen werd er zelfs nog op tijd en stond tekst en uitleg gegeven bij initiatieven - deze motivering dus, leek mij nogal zwakjes, laat staan dat ik er van overtuigd was dat er behoefte was aan dit reglement in Antwerpen of Mechelen. Dit reglement was immers op het lijf geschreven van Turnhout. Een Turnhout waar de door Christendemocraten overheerste bewindsploeg het financieel alsmaar krapper kreeg door de slinkende budgetten van de Warande… En waar enige hulp door geestesbroeder Ludo Helsen dan ook op warm applaus werd onthaald….
De Turnhoutse convenant werd immers zo geformuleerd dat de focus geheel kwam te liggen op de exploitatie van het Warandep'ant en het benoemen en bestendigen van de bestaande samenwerkingsafspraken met o.a. Kunst in Zicht, Dinamo,…
Er werd overeengekomen dat het exploitatiebedrag tot maximaal 470.000 euro zou kunnen groeien en dit met als einddatum 2010 (daarna evenwel stilzwijgend verlengbaar). Het convenant regelde verder ondermeer de inhoudelijke samenwerking, de bijkomende personeelsfuncties, afspraken over onderhoud, de vertegenwoordiging in de raad van bestuur, enz…
De afgesproken bedragen werden toegekend aan de stad Turnhout dat echter op haar beurt een aantal kredieten omzette in extra subsidie aan de VZW Aktuwa, die op deze manier verantwoordelijk werd voor de realisatie van een aantal deelovereenkomsten. Deze bepalingen bleken in de moeilijke Turnhoutse begrotingsbesprekingen van 2006 van cruciaal belang te zijn waardoor de broodnodige financiering van dit project toch nog op peil kon worden gehouden. Of, zoals het Jaarverslag 2006 van de Warande het zo mooi formuleerde: 'In financieel moeilijke tijden waarin het stadsbestuur effectief beland is, geeft deze overeenkomst toch wat garanties voor het succesvol kunnen functioneren van de tweede podiumzaal. ' Of hoe de gulheid van de provincie Turnhout en de Warande uit de rode cijfers hield. Dank u, Ludo Helsen…
Er is hier gisteren al door verschillende sprekers verwezen naar het kerntakendebat - een debat, waarbij u, mijnheer Helsen, namens de VVP, nochtans op een actieve manier betrokken was en bijgevolg, dunkt mij, toch wel verdomd goed moest weten wat daar precies werd afgesproken én vastgelegd…
Ik herinner mij nog levendig hoe u, een paar jaar geleden nog tijdens de begrotingsbesprekingen kwam jammeren over het feit dat de Vlaamse regering zich niet hield aan de in het kerntakendebat vastgelegde afspraken over het meebetalingssysteem.. En wat doet u vandaag de dag ? Precies hetzelfde, want wat u ook vertelt: het overnemen van een CC als De Warande is niet, en ik herhaal dit, is niet een kerntaak van het provinciebestuur..! En ik verheug mij - en dat steek ik niet onder stoelen of banken- over het feit dat er toch één meerderheidsfractie in deze raad deze ook analyse onderschrijft. Ik verheug mij over het feit dat er toch nog bij één meerderheidsfractie gezond verstand te bespeuren valt… Alhoewel, als stilaan veteraan in deze raad heb ik, en u zal mij dit wellicht niet euvel duiden, collega Frighem, n.a.v. budgetbesprekingen nog een paar van uw voorgangers zoals de Heren Schoofs en De Weze stoere verklaringen, genre 'pas op, of ik…' horen afleggen, maar toen puntje bij paaltje kwam liep het telkens weer uit op een sisser. Mijn fractie is dan ook érg benieuwd of het ook deze keer beperkt zal blijven tot woorden, dan wel of er zal worden overgegaan tot daden….
De dotatie aan de Warande wordt voor volgend budgettair op 1.489.380 euro vastgelegd. Vanaf 2010 tot en met 2012 zal dit - zoals u in de Beleidsnota bij het budget 2009- schrijft verdubbeld worden tot jaarlijks 2.978.750 euro. Volgens mij is het dubbel van 1.489.380 euro, 2.978.760 euro, maar ik ben het al langer gewend dat men in dit huis er soms merkwaardige rekenwijzen op na houdt, dus een verschil van 10 euro verbaast mij niet…
Trouwens, nu ik het toch over merkwaardige rekenwijzen heb: kan u mij volgende zin uit het minuscule tekstje m.b.t. de Warande in de Strategische & Financiële nota bij het meerjarenplan legislatuur 2007-2012 even duiden, en ik citeer: 'De dotatie in 2009 (overname per 1 juli 2009) wordt berekend op 1.666.373 euro (netto zonder terugbetaling leninglast).
Wat is het nu, waarde leden van de deputatie ? Een dotatie van 1.666.373 euro of een dotatie van 1.489.380 euro…?
En dit is niet de énige vraag waar mijn fractie mee zit, want het Autonoom Provinciebedrijf De Warande, zoals het in dit budget en bijhorende beleidsnota wordt voorgesteld is - wat ons betreft - een lege doos. Weliswaar een dure doos, met een mooie CD&V-oranje strik, maar ze blijft leeg…
Wat staat er nu precies in deze basisovereenkomst waarnaar u gisteren verwees mijnheer Helsen ? Hoe zit het met de raad van bestuur ? Wat gaat er gebeuren met de VZW Aktuwa ? Uit de opmerkingen die gisteren werden gemaakt zou deze cruciale VZW in de deal zijn opgenomen, maar kan u dit bevestigen ? En zo ja, wat zal de verhouding zijn tussen deze VZW en het Autonoom Provinciebedrijf ? Volgens het stedelijk meerjarenplan van Turnhout zouden vanaf 2007 de 3 extra personeelsleden van de VZW Aktuwa overgenomen worden door het stadsbestuur … Is dit gebeurd ? Hoe zit het trouwens met de rest van het personeel en vooral de rechtszekerheid van dit personeel ? In dit verband wil ik u trouwens ook nog wijzen op de terechte opmerkingen van collega Frighem m.b.t. het personeelsvolume en de hoog oplopende personeelskosten. Over het kostenplaatje, bij wijze van afronding, collega's, nog volgende vragen:
Hoe zit het met de betoelaging door de Vlaamse gemeenschap ? Welke garanties zijn er dat deze onverkort behouden blijft ?
Hoe groot schat u het kostenplaatje van de verdere renovatie van het gebouwencomplex en hoe groot schat u de kans dat wij -net zoals dit in het verleden al met de schouwburg het geval was - bij deze renovatie opnieuw kunnen geconfronteerd worden met het opduiken van asbest ?
Komt er voor de definitieve oprichting van het APB nog een financiële audit ?
Jan Huijbrechts, raadslid
CULTUUR
Meneer de voorzitter, Mevrouw de gouverneur, Collega's
De deputatie slaat zichzelf op de borst. Er is weer geld in het laatje! Tijd dus om het uit te geven. Dat het meeste geld uit de zakken van de burger komt daarover niet getreurd: de mensen krijgen er toch zoveel voor in de plaats. En voor een deel klopt dit wel. U hoort mij niet zeggen dat de bewaring van ons erfgoed niet belangrijk is en dat de monumentenwacht niet verder moet werken. Of dat er geen geld nodig is voor bvb de restauratie van onze kathedralen
De overzichtstentoonstelling met de werken van Pol Mara kon op een ruime belangstelling rekenen . Deze tentoonstelling was gewoon goed. Zo kan het dus ook.
Minder positief was de hele heisa rond de "fenomenale feminatheek. We gaan hier niet opnieuw de discussie openen maar met wat meer overleg en het stellen van duidelijke grenzen hadden we die hele trammelant niet gehad.. Tussen haakjes. Heeft Stefan Brys de winnaar van de provinciale prijs voor literatuur het geld, verbonden aan die prijs reeds teruggestort in de provincie kas of was zijn heilige verontwaardiging snel vervlogen?
Over het museumbeleid valt er niet zoveel te zeggen. Het zilvermuseum draait goed en het diamantmuseum doet het niet slecht. Bij het modemuseum en het fotomuseum kunnen we wel de nodige opmerkingen maken. We verplaatsen ons even naar het Vlaams parlement. Het is duidelijk dat de tentoonstelling in de lokettenzaal van het Vlaams Parlement rond "de 5 van Antwerpen" een groot succes kende en dat ook de nu lopende tentoonstelling Screenworlds ook de nodige belangstelling zal krijgen. Deze tentoonstellingen werden georganiseerd in samenwerking met het fotomuseum en het Modemuseum.. Toeval of niet maar beide musea vallen onder dezelfde directie. Verdere uitleg konden we niet krijgen vermits de directeur van de beide musea op de commissievergaderingen uitblinkt door zijn regelmatige afwezigheid. Begrijp ons niet verkeerd. Dergelijke interessante tentoonstellingen dragen waarschijnlijk wel bij tot de uitstraling van de provincie maar zou men naast deze projecten ook eens wat meer aandacht willen besteden aan bvb de profilering van het modemuseum? Dit museum mag dan wel hier en daar in het buitenland gekend zijn maar voor de Antwerpenaar en vooral in de rest van de provincie is het weinig bekend. Kwestie van het ene te doen en het andere niet te laten. Dus daar ligt nog veel werk te wachten.
Cultuurbeleid is zoals een ouderwetse apothekerskast met heel veel laatjes. Je kan er alle medicijnen in vinden die je nodig hebt. En. zo moet ook het cultuurbeleid zijn. Degelijk, inventief en toegankelijk voor iedereen. En voor één keer bedoel ik dat niet letterlijk.
En dat cultuur geld kost, veel geld zelfs dat weten we. En als het geld goed besteed wordt hebben we daar weinig problemen mee. We zouden kunnen overwegen of we de gulle subsidies die we nu aan Het Toneelhuis bvb geven niet beter zouden verdelen over amateur toneelgezelschappen. Die brengen ook kwalitatief goede stukken en de drempelvrees ligt daar een stuk lager. Zo kan men meer diverse groepen van de bevolking bereiken en wordt het geld beter besteed. Zeker nu we weten dat er eigenlijk geen decretale verplichting is zoals we op de commissievergadering mochten vernemen. Begrijpen wie kan. Mag ik de deputatie vragen om in de toekomst alle bepalingen en regels aangaande het geven van subsidies na te lezen alvorens men een substantiële subsidie toe te staan..Om nog even terug te keren naar Het Toneelhuis.
Toneel moet, als alle andere kunstuitingen bevattelijk zijn voor iedereen. Het is niet aan de politiek om de repertorium te bepalen maar als we het geld van de burger hierin investeren moet de modale burger er ook plezier aan beleven. Het subsidiegeld dat hierin gestoken wordt zouden we ook kunnen investeren in een liedboek met de top honderd van onze eigen liederen.. Men moet toch erkennen dat deze liederen ook behoren tot ons cultureel erfgoed..De meeste liederen zijn trouwens anno 2008 nog perfect bruikbaar.
Vraag blijft of,er na de lancering van dit idee tijdens de vorige budgetbespreking men nu al iets gerealiseerd heeft. Ik hoop dat dit idee geen stille dood gestorven is . Dit zou jammer zijn. om dat bvb de kinderen door deze kennis ook beter bewust worden van ons verleden.
De stap van toneel en zang naar taal en taalgebruik is zeer klein. Op gevaar af dat u zal beginnen zuchten van'daar is ze weer' kan ik u gerust stellen. Zolang ik in deze raad actief ben zal ik blijven pleiten voor een correct taalgebruik. En voor wie denkt dat deze opmerkingen overbodig zijn raad ik aan eens een jaar lang de folders en uitnodigingen van het provincie bestuur te en de musea te bekijken Het respect voor de eigen taal is soms ver te zoeken. Wat jammer is.. En voor wie dis alles overdreven vindt wil ik het volgende ter overweging meegeven. Als onze grootouders en hun ouders niet hadden blijven ageren tegen het opdringen van de franse taal in alle geledingen van de maatschappij dan hadden u en ik nog steeds in het Frans ge studeert!
Als je nu het engels laat primeren krijg je geen straf meer zoals vroeger op de speelplaats maar vervuil je je eigen taal. Is dat dan zoveel beter?
Ik denk dat ik u bij deze genoeg ideeën heb aangebracht om over na te denken. En hopelijk blijft het niet bij denken maar wordt er ook gehandeld.
Lidwina van Onckelen, Vlaams Belang
HET ATOOMDORP BOERETANG TE MOL
Mevrouw De Gouverneur, Mevrouw, heren van de deputatie, Geachte collega's.
Groot was mijn verbazing wanneer ik via e-post vernam dat de provincie Antwerpen over een atoomdorp beschikte. Nieuwsgierig zoals ik steeds ben en met mijn goed hart en slecht karakter trok ik naar het atoomdorp in Mol. En zoals ge zelf kunt vaststellen zonder gevolgen ik ben niet fluorescerend geworden maar….. wel actief.
Ik was ingegaan op een uitnodiging persconferentie van de dienst erfgoed van het provinciebestuur. Na de voorstelling van haar nieuwe erfgoedgids over het "Atoomdorp' heb ik een korte kennismaking gehad met het plaatselijke actiecomité 'Het atoomdorp blijft'.
Wat vernemen wij van het actiecomité via hun webstek. En ik citeer hier. Het VITO besliste om de appartementsblokken te slopen vanaf 2013.De Residentiewijk gaat in totaal over 78 appartementen ( 4 blokken), 40 huizen, 15 villa's, Studio's (1 blok) dormitories's (2 blokken) Dit is uniek, zowel in België als internationaal
Wat wil dit actiecomité? Het gelooft in de toekomst van deze residentiewijk. Tijdelijke woonst voor jonge weknemers. Verblijf voor langere duur voor andere werknemers en ex-werknemers. De Residentiewijk kan een positieve invloed hebben op de aantrekkingskracht van zowel VITO als SCK, als gemakkelijke huisvesting. Dat is zeker een troef om jonge gediplomeerde of internationale wetenschappers aan te trekken.
Deze wijk werd in de jaren vijftig opgericht, om een aantal medewerkers van het VITO en SCK te huisvesten. De omringende gemeenten waren destijds qua huisvesting en infrastructuur nog veel minder ontwikkeld dan nu.
De architecten ontwerpen de atoomsite volledig in de geest van het modernisme. Dit atoomdorp en zijn huizen slepen verschillende prijzen in de wacht. Zo krijgt de cafetaria de eerste vermelding in de Van de Ven Architectuurprijs.
Deze wijk biedt ook een meerwaarde voor het toerisme in Mol. Langs het kanaal en sas 6 lopen fietsroutes die in de zomer veel toeristen lokken. Het studiecentrum en de wijk werden onlangs nog opgenomen in de Molse Storyteller, een GPS toestel dat je langsheen 'de mooiste en interessantste plaatjes van deze gemeente gidst.
Vandaag wordt deze Residentiewijk bedreigd door afbraak. Het actiecomité heeft contacten gelegd met lokale - en federale politici. De reacties waren overwegend positief. Het actiecomité heeft beide bedrijfsleiders zowel van VITO als SCK-CEN ontmoet. Vanuit hun hoek krijgt vooral het kostenplaatje voorrang. Het sociale en menselijk aspect staat niet meteen boven aan hun agenda. Zover dit actiecomité.
Zoals eerder vermeld de dienst erfgoed van het provinciebestuur presenteerde onlangs haar nieuwe erfgoedgids over het "Atoomdorp Mol" Met deze erfgoedgids wil het provinciebestuur en ik citeer de erfgoedwaarde van het "Atoomdorp" onder de aandacht brengen.
Geachte collega's het kan niet dat dit unieke dorp van de kaart zou worden geveegd. Het is vandaag de hoogste tijd dat onze volksvertegenwoordigers hun verantwoordelijkheid opnemen en dit dorp niet uit onze provincie laten verdwijnen. Wij eisen dan ook dat deze inwoners van dit "Atoomdorp" gehoor maar ook daadwerkelijke steun vinden bij de beleidsverantwoordelijken van deze provincie. Er is vandaag nood aan betaalbare huurwoningen in onze provincie wel… hier staan ze.
Geachte collega's het kan niet dat werknemers uit verschillende windstreken uit dit land, die naar dit dorp zijn komen wonen om hier hun arbeid te verrichten als afvalproducten worden gedumpt. Het is de overheid die te weinig geldmiddelen ter beschikking stelde zodat deze woningen, studio's, aan verkrotting onderhevig zijn. Dit is niet de schuld van deze bewoners. Zij leveren meer dan genoeg inspanningen om deze woningen en omgeving leefbaar te houden. Zij verdienen u steun.
Jos Meeus, Raadslid Vlaams Belang
VZW STREEKPRODUCTEN PROVINCIE ANTWERPEN
Deze VZW is een vereniging die zich engageerde met een uitgebreide missietekst om eigen streekproducenten aan de man de brengen. Er zijn momenteel een 39-tal handelaars aangesloten bij de VZW en ze promoten een 20-tal streekproducten. Overzicht van de aangesloten handelaars is te verkrijgen bij mij, vraag het via de bode.
Zo organiseren ze ook het jaarlijks Bollekesfeest in het Antwerpse.
Dit jaar zijn er, volgens de VZW, meer dan 100000 bezoekers op af gekomen en kan men van een enorm succes spreken.
Dhr. Helsen heeft al kunnen kennismaken met de VZW, ze zijn al met een delegatie bij hem langsgeweest om zich voor te stellen. Dit alles om te duiden dat het wel degelijk gaat om een solide VZW, die een vergelijkend doel heeft zoals Rurant in de Kempen, die als jaarlijks hoogtepunt Prominant hebben op de Hooibeekhoeve. De raadsleden krijgen hier jaarlijks een uitnodiging voor en ook dit jaar, ondanks het zeer slechte weer, was Prominant ook weer een succes.
Het diensthoofd van ons departement en de verantwoordelijke van Rurant zijn recent bij de verantwoordelijken van deze VZW geweest. Doch deze VZW ziet het niet zitten om op te gaan in een constructie en zou graag haar eigenheid behouden, wat normaal is bij hun succesvolle formule. Positief is dat ons departementshoofd me per mail mededeelde dat er op korte termijn een samenwerking met de VZW Antwerpse Streekproducten zou komen. Bij deze vraag ik graag wat meer duidelijk rond dit dossier.
Zaak van dit alles is dat de VZW Streekproducent Provincie Antwerpen net zoals Rurant graag ondersteuning zou krijgen van de provincie. Bij Rurant gaan er ook Europese subsidies via een PDPO project, dat is geen verwijt, maar wel een aanzoek en vraag of er een mogelijk subsidiëring voor de VZW Antwerpse Streekproducten naar de toekomst inzit ?
Ik wil ook verwijzen naar de openingsrede van de gouverneur die stelde te streven naar een correcte verdeling van lusten en lasten binnen de regio's van onze provincie. De regio Kempen krijgt inzake de promotie van streekproducten de nodige ondersteuning, via deze wil ik daarom ook vragen om rekening te houden met de regio Antwerpen, door via de VZW Antwerpse streekproducten de billijkheid na te streven en hen de nodige ondersteuning te geven.
Waarom werd er dan ook met hun geen rekening gehouden bij de opmaak van dit budget en kan men hen misschien het komende jaar nog een zeker financiële ondersteuning geven via het PDPO project ?
Graag vraag ik dan ook wat meer duidelijkheid aan onze gedeputeerde naar de houding t.o.v. deze VZW en concreet of men deze VZW naar de toekomst in zijn eigenheid wil gaan steunen ?
Raf Liedts, Fractievoorzitter Vlaams Belang
POLDERBESTUREN IN DE PROVINCIE ANTWERPEN
Polderbesturen zijn vrij onbekend voor het grote publiek. Polders zijn historisch gegroeid uit de plaatselijke inwoners, vooral boeren, die beschermd dienden te worden tegen het water. Zij verenigden hen in polderbesturen. Deze polderbesturen zijn dus gedecentraliseerde besturen. In onze provincie zijn tot op de dag van vandaag een 25-tal polderbesturen actief. De ene al wat groter als de andere. Er zijn polderbesturen die 30 ha beheren en er zijn er die meer dan 10.000 ha oppervlakte hebben. Wat niet altijd geweten is, is dat naast het gemeentebestuur, het provinciebestuur enz deze polderbesturen ook openbare besturen zijn. Volgens de Wet hebben polderbesturen een publieke taak te vervullen, met name het bewerkstelligen van een gezonde waterhuishouding in hun gebied. Het zijn autonome besturen die mede als opdracht hebben om mensen en goederen te beveiligen tegen watersnood. Deze polderbesturen zijn onderworpen aan toezicht. De huidige regelgeving is zeer onduidelijk wat het toezicht betreft op de polders en wateringen, toch is het de bestendige deputatie en de Vlaamse Regering die voogdijoverheid zijn.
Polderbesturen zijn niet ondergeschikt aan de gemeenten en dit maakt het voor de gemeente moeilijk om controle uit te oefenen op wat de polderbesturen uitvoeren op het gemeentelijk grondgebied. Er is immers geen enkele democratische controle op de werking van de polderbesturen. De samenwerking tussen polderbesturen en gemeente beperkt zich tot de vertegenwoordiging van de burgemeester in de polderbesturen. De burgemeesters hebben wel maar een raadgevende stem. Gezien de lokale werking van een polderbestuur en hun specifieke taken kunnen we de vraag stellen of deze taak niet kan worden overgenomen door de gemeenten of provincie. De gemeenten of provincie oefenen immers zelf een aantal functies uit die te maken hebben met of invloed kunnen hebben op het waterbeheer zoals riolering en ruimtelijke ordening.
Een ander heikel thema is de samenstelling van een polderbestuur. De inwoners van de polder worden ‘ingelanden’ genoemd. Zij betalen polderbelasting ook wel “dijkschotten” genoemd. Het bestuur van de polder bestaat uit ‘gezworenen’, bijgestaan door de dijkgriffier, de dijkwachter en jawel zelfs een ‘dijkgraaf’. Aan de gebruikte termen alleen al kan je vaststellen dat deze polderbesturen bestaan van voor het bestaan van het land zelf, meer nog van voor de tijd van Napoleon.
In een democratie is het 1 vrouw/man = 1 stem. Hiervoor werd in het verleden hard voor gevochten en vormen de bakermat van de democratische instellingen. Niet zo in een polderbestuur. Daar zijn het enkel de grootgrondbezitters die eigendom hebben in de polder die stemgerechtigd zijn. Bv in een poldergebied van 500/1000 ha heb je pas een stem als je over 2 ha grond beschikt. Eigenaars die afzonderlijk geen stemrecht hebben, kunnen hun eigendommen groeperen om gezamenlijk een afgevaardigde naar de algemene vergadering te zenden, hetgeen in de praktijk haast nooit gebeurd.
In een polder gaat het dus over een belangengemeenschap van gronden en niet van personen, waardoor dus de ‘kleinere’ eigenaars worden uitgesloten van stemrecht. Een specifieke groep van belanghebbende bestlist dus over een materie die tot een materie van algemeen belang hoort. Enkel de belangen van specifieke belangengroepen worden door de polderbesturen verdedigd. Maar wel betalen alle inwoners van poldergebieden een extra jaarlijkse belasting, de zogenaamde “dijkgeschotten”.
Waterbeheersing stopt ook niet aan de grenzen van polders. Meestal liggen de polders in lagergeleden gebieden. Het is net het water dat dus uit de hoger gelegen gebieden komt dat voor mogelijke wateroverlast kan zorgen. Het is dan ook eigenaardig dat het enkel de inwoners van poldergebieden zijn die extra belastingen moeten betalen.
Hieruit blijkt dat Polders in hun huidige vorm sterk verouderde en ondemocratische instellingen zijn. Onlangs echter werd de taakstelling van de polders ten gevolge van het decreet op het Integraal Waterbeheer nog verruimd. Daar werd bepaald dat Polders ook dienen in te staan voor de realisatie van de doelstellingen en de beginselen van het integraal waterbeleid. Het spreekt bijna voor zich dat een ondemocratisch en sterk verouderde instelling onvoldoende representatief is voor deze extra taken.
Het onttrekken van het waterbeheer aan de polderbesturen zou de kans bieden om de hele bevolking, bv via de gemeenteraad, te vertegenwoordigen in het beheer van de polder, dit in tegenstelling met de huidige kleine groep van rechtreeks belanghebbende. Hierdoor zou er een evenwichtiger en meer democratische besluitvorming bekomen worden.
Onze fractie vraagt aan de deputatie om een grondige reorganisatie van bovenaf op te leggen. De Vlaamse regering kan daartoe immers, op vraag van de provincie, binnen de bepalingen van de huidige wetgeving initiatieven nemen. Wij vragen concreet de afschaffing van alle polders kleiner dan 1000ha. Polders groter dan 1000ha kunnen hun activiteiten voor zetten binnen een vereniging, waar er een andere bestuursvorm moet zijn.
Eveneens wil onze fractie de definitieve stopzetting van de polderbelasting. Zo als ik reeds zei zijn het enkel personen, die binnen het grondgebied van een polder wonen, die polderbelasting verschuldigd zijn. Buiten het grondgebied van een polder worden de waterlopen onderhouden door de gemeenten en de provincie. De kosten voor het onderhouden van de waterlopen door de gemeenten en de provincie worden deels gefinancierd door het innen van een gemeentelijke en provinciale belasting. Opmerkelijk is het dus dat de ingelanden van een polder echter evenveel gemeente- en provinciebelasting betalen, terwijl noch de gemeenten, noch de provincie instaan voor het onderhoud van de waterlopen binnen het grondgebied van de polder. Bijgevolg betalen de inwoners van een polder tweemaal belasting voor het onderhoud van de waterlopen wat in strijd is met het fiscaal gelijkheidsbeginsel! We durven hier dan ook oproepen aan de ingelanden van de polders, om niet langer deze onwettige belasting nog langer te betalen.
In afwachting van het verdwijnen van dit pré-napoliaans bestuursorgaan vragen we met aandrang aan de deputatie om het beheer van de waterlopen van 2e categorie onmiddellijk te onttrekken uit het beheer van de polders, zodat deze rechtstreeks beheerd kunnen worden door de provincie.
Steven Vollebergh, Provincieraadslid
OMNIO-STATUUT
Voorzitter, Mevrouw de Gouverneur, Dame en heren van de deputatie, Collega's,
Dit jaar dienen gezinnen 33 euro provinciebelasting te betalen.
In het kader van het provinciaal reglement wordt er een vrijstelling van de belasting toegekend aan de belastingplichtigen die op 1 januari 2008 het WIGW-statuut en/of het OMNIO-statuut hadden.
Zij dienden dan wel BINNEN DE 2 MAANDEN na ontvangst van het aanslagbiljet mét de nodige bewijsstukken (document ziekenfonds /mutualiteitszegel) een aanvraag te doen en het aanslagbiljet terug te bezorgen aan de dienst fiscaliteit.
In de provincies Limburg en Oost-Vlaanderen kunnen de belastingplichtigen ontheffing aanvragen tot uiterlijk 1 november 2008, 6 MAANDEN na de verzending van het aanslagbiljet. Indien een ingediende aanvraag terecht is en de provinciebelasting toch werd betaald, wordt later tot terugbetaling overgegaan.
Weliswaar bepaalt iedere provincie zijn eigen reglement maar de provincie Antwerpen had de termijn voor het indienen van een vraag tot ontheffing ook kunnen verlengen. Tegenover een bevolkingsgroep die het financieel al moeilijk heeft zou dit toch klantvriendelijker geweest zijn.
Inderdaad, via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid worden de gezinnen die recht hebben op vrijstelling uit het bestand van in te kohieren gezinnen verwijderd. De rechthebbenden van het OMNIO-statuut werden op 1 januari 2008 nog niet helemaal in dit bestand opgenomen. Voor 2009 zou dit wel het geval zijn.
Op de commissie financiën van 23 september ll. werd medegedeeld dat als er personen zijn met een OMNIO statuut waarvan, door de fout van de Kruispuntenbank, de aanvraag te laat is binnen gekomen, toch een terugbetaling zullen krijgen. Op de vergadering van de Verenigde Raadscommissies werd dan weer verklaard dat het geld niet teruggestort kon worden.
En… wat met personen die ten onrechte het OMNIO-statuut verkregen om reden dat, na controle, het jaarlijks bruto belastbaar inkomen hoger was dan 13.543,71 euro. Aan het ziekenfonds moeten zij de onterechte verkregen sommen terugbetalen. …... Hieruit vloeit dan ook uit voort dat de vrijstelling van de provinciebelasting voor hen niet van toepassing was. Gaan deze belastingplichtigen dan een subsidiaire aanslag van de Provincie ontvangen met de vraag om 33 euro achterstallige provinciebelasting te betalen?
Bestaat de mogelijkheid dat kohieren die nog betrekking zouden hebben op belastingen betreffende het aanslagjaar 2008 of eerder, kunnen uitgevoerd worden op 1.1.2009?
Er heerst momenteel nogal wat onduidelijkheid bij de betrokkenen.
Onze vraag is: Wat heeft het provinciebestuur terzake concreet beslist?
In de brochure provinciebelastingen staat vermeld dat het provinciaal beleid een belasting nastreeft die eenvoudig te controleren is. Een vlottere doorstroming van gegevens naar de Kruispuntbank en de federale regering zou deze controle ten goede komen.
Er zijn in de provincieraad twee partijen die in de federale regering zitten. Misschien kunnen zij hun ministers in de regering aansporen om hiervan eindelijk werk te maken.
Liliane Mariën
OOSTERWEELVERBINDING
Geachte Voorzitter, mevrouw de gouverneur, dame en heren van de deputatie, collega's
De Antwerpse ring is oververzadigd, mobiliteit wordt zo een utopie. Een verkeersinfarct met ernstige socio-economische gevolgen dreigt. Een dringende oplossing is noodzakelijk en die oplossing is uiteraard eindelijk de Antwerpse ring vervolledigen. Daarover bestaat geen onenigheid.
Vanaf 1996, dus reeds 12 jaar, wordt hierover op alle niveau's gediscussieerd en uiteindelijk had de Vlaamse Overheid de knoop doorgehakt en BAM (Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel) opgezadeld met de uitvoering van een megalomaan project, nl. een nieuwe toltunnel en een viaduct ten noorden van het Eilandje.
Zowel onze vorige gouverneur, dhr. Paulus (die één van de pioniers was), als de Antwerpse burgemeester en de Vlaamse Overheid waren voorstander van een nieuw "landmark", de "Lange Wapper" in combinatie met een verzonken tunnel. Ik vermoed dat ze zich hebben gespiegeld aan de "Coronado bridge" in San Diego…Ten vroegste in 2012 moest dit project van 2,54 miljard € de Antwerpse ring volledig rond maken.
Tengevolge van aanhoudende protesten en een ellendige communicatie waarvan alleen Groep C & Slangen beter van geworden is, ontstonden er twijfels bij de bewindslieden. Ze gaan nu wachten op de resultaten van een onafhankelijk alternatievenonderzoek en hopen dat dit in december afgerond zal zijn. De zaak blijft aanslepen en, alhoewel volgens de oorspronkelijke plannen de eerste steen van de Oosterweelverbinding in 2005 had moeten gelegd worden, kan men in het beste geval slechts beginnen bouwen in september 2009!
Ik wil eventjes kort toelichten wat de combinatie tunnel-Lange Wapper inhoudt.
Op linkeroever duikt de tunnel tussen het Sint Annabos (dat volledig verdwijnt en zal gebruikt worden om slib te storten) en Blokkersdijk onder de Schelde en komt boven ter hoogte van het kerkje van Oosterweel. Alle verkeer, dat de tunnel wenst te gebruiken, zal hiervoor moeten betalen op tolpleinen op linkeroever. De monumentale "Lange Wapperbrug", met peilers tot 110 m hoogte komt ten noorden van de Hoge Zeevaartschool en ten zuiden van het rangeerterrein voor goederentreinen.
Tot daar mijn korte beschrijving van dit project. Tegelijkertijd wil ik ook Uw aandacht vragen voor enkele bekommernissen…
- Het Antwerps stadsbestuur heeft ambitieuze plannen met het Eilandje en hoopt geldschieters en bewoners warm te maken voor deze wijk. Maar de "Lange Wapper" werpt letterlijk en figuurlijk zijn schaduw over alle dromen die de stad met deze buurt koestert.
- Het Sint Annabos is de enige plaats rond Antwerpen waar metingen van fijn stof beneden de Europees vastgelegde norm liggen en dit bos moet weg en wordt een stortplaats voor slib uit de Schelde! BAM beweert metingen te hebben uitgevoerd, maar ze vergeten hierbij te zeggen dat ze alleen PM 10 hebben gemeten en niet het veel gevaarlijkere PM 2,5 dat doordingt in de luchtblaasjes en zelfs tot in het bloed. Het is vooral gevaarlijk voor kinderen, die twee maal meer ademen per kg lichaamsgewicht dan volwassenen. Hier wordt een loopje genomen met de volksgezondheid. Vrachtverkeer, dat over een brug door de agglomeratie wordt gestuurd, zorgt immers voor meer geluidsoverlast en vervuiling!
- De Kennedy tunnel wordt verboden voor vrachtwagens, zodat de buurt van het Sportpaleis nog drukker zal worden, want ook vrachtwagens die moeten leveren op Antwerpen zuid zullen daarlangs rijden. En wat met het geplande overslagbedrijf op Petroleum Zuid?
- Veiligheid: Een chauffeur, komende van de A 12 en rijdend richting Oosterweelverbinding moet alle rijvakken kruisen om na enkele kilometer links de afslag Oosterweel te nemen. Ondertussen moeten andere wagens op de ring proberen de afrit naar de E 313 te bereiken. Dit is te ongeloofwaardig om waar te zijn! Het wordt nog boeiender als je, komende van de E 313, de Oosterweelafslag wil nemen. Dan moet je immers over een afstand van ongeveer 1000 meter de ring kruisen. Het zijn alleen zieke geesten die dergelijke ontwerpen maken.
Ik kan zo nog een tijdje doorgaan, maar mijn tijd is beperkt zodat ik de voorkeur geef enkele alternatieven voor te stellen:
- Een tolvrije Liefkenshoektunnel verbinden met de E 17. Het Vlaams Belang verdedigt dit reeds jaren, maar het werd nooit ernstig onderzocht. Ik was dan ook blij te horen dat onze nieuwe gouverneur deze optie in haar rede heeft vermeld. Tegelijkertijd willen wij ook meer investeren in het spoor en de binnenvaart als alternatief vervoermiddel voor vrachtwagens. Heringebruikname IJzeren Rijn en een tweede spoorontsluiting voor de haven zijn eveneens cruciaal.
- We hebben ook als alternatief de Horvat-variant (een tunnel onder het Eilandje i.p.v. de "Lange Wapperbrug") en vooral het alternatief van stRaten Generaal, die via twee geboorde tunnels het Sint Annabos, het Eilandje en de Zeevaartschool sparen en de ring sluiten buiten de stad.
Tijdens haar rede van voorbije vrijdag, heeft Mevrouw de Gouverneur gezegd… en ik citeer: "Kennis is de moeder van alle gerealiseerde ambities…" en ik wil dit beamen. Ik ben akkoord met de ambitie om de ring te ontsluiten, maar de kennis laat ons duidelijk in de steek daar de betere alternatieven totnogtoe niet onderzocht en gesteund werden.
Het Vlaams Belang verzet zich al jaren tegen de "Lange Wapper" omwille van hogergenoemde transporteconomische redenen, milieuredenen, urbanistische redenen en redenen van volksgezondheid. Dit mobiliteitsproject werd in januari 2006 door de Vlaamse regering geschat op 1,85 miljard € en nu, twee jaar later, is er reeds sprake van 2,54 miljard € , vooral te wijten aan de staalprijs (reeds 80 % meer) zodat de Lange Wapperbrug doorslaggevend is in de kostprijs.
Collega's, mijn betoog heeft slechts één doel, nl. U allen aan te zetten om na te denken over de beste manier om de ring te ontsluiten en de steun te vragen voor de valabele alternatieven voor de "Lange Wapperbrug".
Frank Reniers, raadslid Vlaams Belang
ECONOMISCH BELEID
Het is niet altijd gemakkelijk om als lid van een oppositiepartij de nodige overtuiging te vinden om een tussenkomst te houden tijdens de begrotingsdebatten, zeker als je dat al 14 jaar na elkaar doet.
Er zijn hiervoor 3 hoofdredenen te noemen.
De eerste reden is het totale gebrek aan luistervaardigheid van de raadsleden. De meeste lezen hun krantje of spelen wat met hun PC of GSM. Sommige kunnen zelfs gewoon hun ogen niet openhouden, en knappen rustig een uiltje.
De tweede reden is dat men als lid van de oppositie toch nooit gelijk krijgt. Behalve dan misschien van depute Wellens, die wel stelt dat een spreker 100% gelijk heeft, zelfs de wet aan zijn kant heeft of sterke argumenten heeft, maar er direct minzaam aan toevoegt dat de deputatie toch niet van hun oorspronkelijk plan afwijken, omdat ze het een goei plan vinden.
Een derde reden is dat na volgende week woensdag, na de afsluitende lunch, iedereen weeral vergeten is wat er hier gezegd is geworden, en dat het de dag daarna" back to business" is, desondanks alle beloften en mooie worden. Geef toe, leden van de meerderheid die toch aan het luisteren zijn: het is niet altijd gemakkelijk als oppositieraadslid.
Ik bedenk nu zelf nog een vierde reden, maar die is komt slechts heel sporadisch voor, en zelf heb ik het nog niet meegemaakt. Die vierde reden zou kunnen zijn dat er echt niets aan het beleid op te merken valt. Maar zoals gezegd, nog niet meegemaakt tijdens de voorbije 14 jaar.
En toch. Zo af en toe, zeer sporadisch gebeurt er iets speciaals, iets onverwachts, iets "out of the blue". Deze keer gebeurt dat bij de begrotingsbesprekingen van het hoofdstuk economie.
U herinnert zich waarschijnlijk nog mijn tussenkomst van enkele weken geleden, waar ik de inertie van het provinciale economisch beleid hekelde. Of eigenlijk het uitblijven van een economisch beleid.
Nu stellen we vast dat de eerste schuchtere stapjes in deze richting gezet worden. Het doet deugd om af en toe eens gelijk te krijgen, om het beleid onrechtstreeks mee te besturen. Uiteraard ben ik niet zo naïef om te denken dat mijn tussenkomsten hier voor iets tussen zitten. Aan de andere kant ben ik het niet eens met de Duitse ex bondspresident Scheel die stelt: Die Opposition bestimmt die Nichtlinien der Politik of De oppositie bepaalt welke kant de politiek niet opgaat.
Het feit blijft dat er dit jaar meer geld besteed wordt aan economie, komt doordat de subsidie aan de PPS rond de luchthaven afgelopen is. Gelukkig wordt dit geld niet gebruikt om bvb 10 stoelen te kopen voor de Warrande, of voor een nieuwe duikplank voor het zwembad, maar geïnvesteerd in economie. En collega's, dit is nodig. Het is een open deur intrappen om te stellen dat het economisch minder gaat. De gouverneur haalde het reeds aan in haar speech, en de CD&V-fractieleider opende zelfs zijn tussenkomst hiermee aan. Het gaat niet bijster goed met onze economie.
Alle beleidssteun is dus meer dan welkom, ook al zijn het druppels op een hete plaat, zoals nu het geval is voor het provinciaal economisch beleid. Indien we deze financiële inspanning vergelijken met wat bijvoorbeeld uitgetrokken wordt voor de warrande, dan moeten we ons geen illlusie maken over de impact van het beleid op het economische verloop. Toch juichen we dan ook de meeste voorstellen toe die worden voorgesteld door de deputé, of door de dienst economie.
Het begon nochtans weer niet denderend. In de commissie economie mochten we ter zitting vaststellen dat de dienst economie de verkeerde documenten hadden meegestuurd, namelijk met de begroting van het jaar daarvoor. Het betere voorbeeld van incompetentie en inertie.
Maar nadat we de nieuwe cijfers kregen, werd het toch duidelijk dat er over nagedacht was. Er stonden warempel nieuwe voorstellen in, die echt wel eens zouden kunnen bijdragen tot een verbetering van het economische beleid in onze gouw.
Het eerste voorstel werd reeds enkele weken geleden geagendeerd, namelijk de detailhandel. Nieuw is het voorstel om de gemeentelijke locale economie te monitoren en te ondersteunen. U weet dat ik daar altijd al vragende partij ben geweest, omdat vooral de kleinere gemeenten meestal niet de know-how in huis hebben om zulk een beleid te ontwikkelen, laat staan om bvb beginnende zelfstandigen te begeleiden. Ik dank dan ook deputé Helsen dat hij mijn kritieken in de verschillende commissies ter harte heeft genomen, en ingezien heeft dat dit daadwerkelijk een zinvol initiatief is.
Het blijft uiteraard de taak van de taak van oppositie om oppositie te voeren, en minder om met een wierrookvatje staan te zwaaien.
Ik eindig mijn tussenkomst dan ook met een woordje van kritiek. Kritiek op de manier waarop men momenteel bezig is met het Havencentrum. U weet deputé, dat wij steeds het Havencentrum hebben gesteund, ook in de tijden van de toen noodzakelijk uitbreiding.
Maar wij kunnen niet meer akkoord gaan met de nieuwe invulling die u aan het havencentrum wil geven. Het havencentrum moet blijkbaar evolueren van een educatief bezoekerscentrum naar een communicatiecentrum voor de haven. Dat is voor mij een brug te ver. Ik ben er van overtuigd dat dit zeker geen kerntaak is voor de provincie Antwerpen, hoe nobel de opzet dan ook mag zijn. Is het echt nodig om naast de weelderige Warrande en het zilte Zilvermeer, een nieuw geldopslorpend baken in de provincie neer te poten? Wordt dat dan het Helse Havencentrum? Iedere deputé wil precies toch zoiets op zijn palmares. In dat geval spreken we misschien enkele jaren over het Helsense Havencentrum.
Collega's, dit streven kost de provincie dan ook nog eens 100.000 euro extra, naast de toch al rijkelijk toebedeelde subsidies en de vele extra's, zoals de uitbreiding en recentelijk de maquette.
Dat het havencentrum succesvol is in zijn huidige constellatie , bewijzen de bezoekers-aantallen, alhoewel we nu precies toch een stagnatie en zelfs een daling mogen verwachten. Maar, schoenmaker blijf bij uw leest. Laat het havencentrum wat het nu is: een leerrijk educatief centrum dat de maritieme interesse bij studenten kan opwekken. Liever dit dan zich in een financieel avontuur te storten.
Samengevat zijn we gematigd positief, en geven we de deputé momenteel opnieuw het voordeel van de twijfel wat betreft zijn economisch beleid. Het is broodnoodzakelijk, en wat onze fractie betreft, zelfs nog ontoereikend.
Wat echter de subsidie voor het havencentrum betreft, daar zal onze fractie zich voor het eerst onthouden, en vragen we de deputé om zijn profileringhonger wat te temperen.
POM
Voorzitter, gouverneur, collega's
Ik heb even getwijfeld onder welk hoofdstuk ik deze tussenkomst zou houden. Het gaat over mobiliteit, over economie, verkeer, maar vooral toch over de POM, vandaar mijn keuze.
Voor de verladende industrie, het vrachtverkeer dus, bestaat er momenteel geen acuter probleem dan het verkeersinfarct, waarin goederen en mensen zich steeds vaker klem rijden. Deputé Helsen haalde enkele dagen geleden de problematiek rond de E313 nog aan. Bovendien lijkt het of we de laatste maanden het ene spectaculair ongeval met vrachtwagens na het andere meemaken.
Één enkel ongeval op onze wegen, en duizenden vrachtwagens kennen soms urenlange vertraging.
De Ijzeren Rijn werd ook dit jaar weer geponeerd als mogelijke oplossing. Midden jaren negentig kwam dit in deze raad reeds ten berde, toen met de bespreking van het multimodaal verkeersplan. Hier echter over de Ijzeren Rijn spreken is zoiets als sinterklaas: die komt ook 1 keer per jaar, iemand betaald toch het gelag, maar vooral: met de jaren gelooft niemand daar nog in.
Wat wel een mogelijke oplossing zou kunnen zijn, is het organiseren van het transport over de binnenwateren. Collega Vollebergh heeft hier enkele jaren geleden reeds een lans voor gebroken. Binnenvaart is een milieuvriendelijker alternatief voor het vervoer over de weg. Het is betrouwbaar en extreem veilig. Alhoewel het traag loopt, is de ETA(de estimated time of arrival of de geschatte tijd van aankomst) op voorhand vastgesteld. Bovendien is er nog steeds capaciteit. Alhoewel het binnenvaartverkeer reeds 15 jaar aan het toenemen is, zijn de waterwegen nog verre van verzadigd. Vlaanderen telt 1100kg bevaarbare waterwegen die zijn ingebed in het 36.000km lange rivierennet binnen Europa. In 2007 haalde de binnenvaart maar liefst 4.6 miljard tonkimometer.
Binnenvaart is ook economisch verantwoord. Volgens het Leuvense studiebureau Transport & Mobility gingen er op de Belgische snelwegen in 2005 meer dan 6 miljoen uren verloren aan files. Een verloren uur kost 40 euro, dus het totale prijskaartje is 72.7 miljoen euro (waarvan 60.7 miljoen voor Vlaanderen). Bovendien toont de studie ook dat het vrachtverkeer zal blijven toenemen en tegen 2030 het goederenverkeer zal stijgen met 46%.
Het is trouwens een misvatting dat binnenvaart enkel aangewezen is voor bulktransporten. Verleden jaar werden 515.791 TEU's vervoerd per binnenschip, een spectaculaire stijging. Dit is enerzijds te verklaren door het net van terminals om containers over te slagenen aan de andere zijde door de aangroei van nieuwe kaaimuren. Als je dan nog weet dat 90% van de bedrijven binnen een straal van minder dan 10km verwijderd is van een waterweg, dan is de keuze snel gemaakt.
In de beleidsbrief 'Openbare werken' van Kris Peeters uit 2006 wordt er reeds gesteld dat Vlaanderen meer dan ooit moet inzetten op de binnenvaart en nieuwe initiatieven moet ontplooien.
"Kan de provincie hierop inspelen of zelfs maar een rol van betekenis spelen?", hoor ik de wakkeren onder ons denken. Toch wel. Misschien zonder overdreven impact, maar toch mee sturend.
Nemen we bvb het nieuwe heroriënteringproject in Boom aan de Rupel. Hier wordt de bouw van een regionaal overslag centrum onderzocht. In de overeenkomst wordt bepaald dat het een prioritair doel is om het watergebonden transport te stimuleren.
Het is dan ook ondenkbaar, en haaks op het bestuursakkoord aangaande het provinciaal beleid om het goederentransport over het water zoveel mogelijk te stimuleren en actief te ondersteunen, dat de POM hierover een beperkend advies geeft. De POM stelde immers dat het engagement inzake watergebondenheid slechts een inspanningsverbintenis kan zijn, en geen resultatenverbintenis noch opschortende voorwaarden met zich mee brengt.
Dit is dus een totaal verkeerde visie, die zoals gezegd haaks tegenover het provinciaal beleid staat. Het is dan ook absoluut nodig om aan alle diensten op dezelfde lijn te krijgen.
In het verleden heb ik reeds gezegd dat de weinige middelen die beschikbaar zijn, niet onterecht mogen aanwenden om overlappende activiteiten te ontwikkelen door de verschillende diensten die zich bezig houden met economie. Maar het kan zeker niet zijn dat deze organisaties er andere visies op nahouden. Visies die dan nog niet in overeenstemming zijn met de lange termijnvisie. Trouwens, Als er twee of drie economen bij elkaar zijn, zit je al gauw met vier à vijf meningen.
Natuurlijk heeft de POM een economische invalshoek, en moet het zijn rol kunnen spelen. Het is aan de deputé, die eveneens voorzitter is van de POM, om hierover te waken en er voor te zorgen dat iedereen op dezelfde lijn zit. Bestaat er trouwens overlegmomenten tussen de verschillende actoren, zoals de dienst economie, POM, Vlao,…?
Ik ben benieuwd welke initiatieven de deputé gaat ontplooien om zulke zaken in de toekomst te verhinderen.
Tenslotte herhaal ik ook nog een kritiek uit het verleden. De POM bestelt vaak studies, of organiseert deze zelf, maar de terugkoppeling van de resultatennaar bvb de raad van bestuur van POM en naar deze provincieraad laat nog steeds te wensen over.
Ik zou van de deputé/voorzitter dan ook willen weten hoe dit nog beter kan gecoördineerd worden.
Nu collega's, voor alle duidelijkheid: wij steunen nog steeds de POM en geloven in de doelstellingen die zij zich gesteld heeft. Onze commentaren moeten dan ook gezien worden als constructieve kritieken, om te komen tot een betere werking. Tenslotte, en dan grijp ik graag terug naar mijn vorige tussenkomst en bovenstaande tekst, is onze economische situatie te "broos".
Ik wil dan ook eindigen met een citaat van Ignazio Silone, een Italiaanse politicus van de vorige eeuw die stelde:" De politiek is een toneel waarop de souffleurs vaak harder spreken dan de acteurs".
Bart van Hove, Provincieraadslid
ANTWERPS VOETBALDOSSIER
Mevrouw de gouverneur, Voorzitter, Collega's,
De meeste onder ons die het Antwerps voetbal in hun hart dragen, herinneren zich ongetwijfeld het fiasco rond het Eurostadion dat er moest komen naar aanleiding van het Europees kampioenschap Voetbal van 2000.
Vandaag laat de bouw van een nieuwe voetbaltempel in Antwerpen opnieuw lang op zich wachten, te lang. Blijkbaar primeren de persoonlijke wensen en verzuchtingen van sommige politici boven het belang van supporters en de betrokken clubs in het bijzonder.
Is er trouwens mijnheer Helsen, al naar de visie gepeild van de clubs Antwerp FC en Germinal Beerschot die er vermoedelijk zullen spelen?
Zoals u wellicht weet zal België samen met onze noorderburen hun kandidatuur stellen voor het wereldkampioenschap voetbal in 2018.
Om niet opnieuw de trein te missen - moet het dossier met o.a een geschikte locatie, een waterdichte financiering, bouwvergunningen allerhande - binnen zijn in december 2010.
Graag had ik daarover de stand van zaken van u vernomen.
Tot op heden is blijkbaar nog geen enkele beslissing genomen of toch…. want de Vlaamse regering leverde enkele maanden geleden een plan MER af.
Petroleum-Zuid kwam als beste uit het rapport om een nieuw voetbalstadion in te planten.
Na het stadsbestuur, de Vlaamse regering wilde zelfs de federale financieel bijdragen voor een stadion waarop de Antwerpenaar recht heeft.
Het provinciebestuur zal dus moeten beseffen willen ze in het verhaal meespelen dat ze met centen over de brug zullen moeten komen. Daarom nog drie vragen:
Heeft de provincie voldoende financiële middelen voorzien? Zo ja, hoeveel en op welke termijn? In de media wordt gewag gemaakt over het feit dat de voetbalclubs in het toekomstige stadion geen huur zullen moeten betalen, graag had ik van u vernomen of dit klopt.
Tot slot wil ik een uit een lied van een bekende Vlaamse zanger citeren "vergeet voor één keer hoeveel geld een miljoen is".
Jan Claessen, Provincieraadslid
WELZIJN - DRUGSPROBLEMATIEK
Voorzitter, gouverneur, collega's
Vandaag vraag ik uw aandacht voor een thema dat ik enkele jaren geleden reeds aankaartte. En aangezien ook de gouverneur het er een week geleden over had, bevind ik me in goed gezelschap. Ik heb het dan meer bepaald over de drugsproblematiek.
Het is vandaag tien jaar geleden dat de eerste steen werd gelegd voor het beruchte gedoogbeleid.
In die tijdsspanne is duidelijk geworden dat diegenen die ervoor waarschuwden dat zo'n gedoogbeleid de problemen niet oplost, maar ze integendeel nog vergroot, het bij het rechte eind hadden.
De 'wietwet' heeft duidelijk drempelverlagend gewerkt. Steeds meer jongeren geraken op steeds jongere leeftijd aan de drugs. De cijfers spreken terzake duidelijke taal.
En dat doen sinds enkele jaren ook de mensen uit de hulpverlening. Mensen dus waarvan we mogen aannemen dat ze weten waarover ze spreken.
Enkele maanden geleden nog stelde Peer van der Kreeft van het Gentse hulpverleningscentrum 'De Sleutel' het (in De Morgen, 18.04.2008) als volgt:
"Steeds meer 13-, 14-, 16-jarigen vragen hulp. Daarnaast zien we ook dat er op lagere leeftijd voor het eerst cannabis wordt gebruikt. De gemiddelde leeftijd waarop jongeren tegenwoordig met cannabis beginnen ligt iets boven de veertien jaar, maar de probleemjongeren in de hulpverlening beginnen er nog iets vroeger aan."
Mireille Vergucht van het Vlaams Platform tegen Drugs was al even duidelijk:
"Het cannabisgebruik is een probleem dat almaar groter wordt. Het gedoogbeleid is een slecht signaal naar de jeugd. Men denkt dat het mag. Het gevolg is dat men gaat proberen. Binnen de kortste keren kan men niet meer zonder."
De tendens is zonder meer alarmerend.
Zeker wanneer we weten dat cannabis lang niet zo onschuldig en onschadelijk is dan lange tijd door sommigen werd voorgesteld. Die gevaarlijke onzin is door de medische wereld ondertussen afdoende weerlegd. De huidige 'joint' is gewoon veel sterker, schadelijker en verslavender dan die uit de 'flower power'-periode, waarnaar sommige overjaarse mei '68ers heimwee blijven koesteren.
Het toenemende gebruik blijft overigens niet beperkt tot cannabis alleen. Ook het gebruik van het 'zwaardere spul' zit duidelijk in de lift. Het gedoogbeleid ten aanzien van cannabis heeft ook voor gevolg gehad dat "men zich steeds soepeler opstelt ten overstaan van xtc, coke en heroïne" : "Een schadelijke evolutie", aldus nog de woordvoerster van het Vlaams Platform tegen Drugs.
Zoals de feiten aantonen, is de drugswet zondermeer onverantwoord. De combinatie van deze rampzalige wet met een falend preventie- en opvangbeleid is ronduit crimineel.
Helaas laat de overheid het ook hier afweten. De klachten van de hulpverleningssector over een gebrek aan middelen zijn ondertussen genoegzaam bekend.
Volgens het 'Belgian National Report on Drugs 2007' wordt in dit land ongeveer drie tot vier keer minder uitgegeven aan de strijd tegen drugs dan in vergelijkbare landen.
Dat gebrek aan middelen resulteert ondermeer in een gebrekkige hulpverlening voor minderjarigen en een ontoereikend preventiebeleid. Daarvoor is slechts een peulschil voorzien, wat flagrant in strijd is met wat de Belgische regering in haar drugsnota had beloofd.
Wat de hogere overheid doet (of beter gezegd: niet doet) is één zaak. Er is echter ook nog zoiets als de provincie.
Wat de wetgeving betreft, is het provinciale niveau onbevoegd. Maar wat preventie en opvang betreft, kan zij wél inspanningen leveren. Die zijn tot op heden - en ik wik mijn woorden - meer dan ondermaats gebleven.
Regelmatig wordt in dit huis verwezen naar de pioniersrol die de provincie Antwerpen heeft gespeeld in verschillende initiatieven inzake gezondheidszorg. Terecht overigens.
We stellen ons dan ook de vraag waarom diezelfde provincie Antwerpen het nog steeds laat afweten als het de drugsproblematiek aankomt.
We stellen ons deze vraag des te meer omdat niemand minder dan deputé Wellens ondertussen vier jaar geleden toegaf dat zich terzake een (groter) provinciaal engagement opdrong en men de zaak eens ging bekijken.
(Een jaar later stelde overigens ook toenmalig gouverneur Paulus dat het nuttig zou zijn met specifieke campagnes van start te gaan. Letterlijk: "ook hiervoor geldt bijgevolg dat preventie en vroegdetectie, die tijdig tot een adequate behandeling kan leiden essentieel is." En dat hij hiervoor ook een taak voor de provincie zag weggelegd.)
Helaas is er sindsdien ten gronde niet veel veranderd… Van enige ambitie - om het woord te gebruiken dat tijdens deze begrotingsbesprekingen reeds meermaals werd gebruikt - is absoluut geen sprake.
Vorige week stelde de nieuwe gouverneur dat niemand de illusie koestert van een drugsvrije wereld, maar dat ons dat niet ontslaat van de maatschappelijke plicht om ons te verzetten tegen de banalisering van het gebruik van drugs. ("Radicaal tegen drugs", zo luidde het). Wat ons betreft, heeft ook deze provincie de plicht om een vuist te maken tegen drugs.
Deze deputatie heeft in het verleden niet naar onze woorden geluisterd. Wij kunnen enkel hopen dat u tot bezinning komt, nu ook de nieuwe gouverneur (letterlijk) "radicaal tegen drugs" stelling heeft genomen.
Voorzitter, gouverneur, collega's,
Zoals we eerder reeds zegden, is het in dit onzalige land gebruikelijk dat de put pas gevuld wordt als er geen kalf meer bij kan. Wij durven er toch op aan te dringen dat deze provincie het niet zover laat komen en eindelijk nieuwe wegen zal inslaan.
Dirk De Smedt
PLEEGOUDERS GEZOCHT
Geachte voorzitter, gouverneur, beste collega's,
Sta me toe mijn tussenkomst te beginnen met een kort, maar daarom niet minder pijnlijk verhaal.
Er was eens een jongetje van negen, zijn naam was Jacques. Toen de moeder van Jacques zwanger was van haar vierde kind, besloten zijn ouders hem en zijn zusjes naar verschillende instellingen te brengen.
Niet omdat er medische problemen waren met de moeder, maar omdat ze, vreemd genoeg, niet wou dat haar kinderen kennis zouden maken met de natuurlijke gang van zaken.
Er werd de kinderen een verhaaltje wijsgemaakt over een ooievaar die alleen wou komen als er geen andere kinderen in de buurt waren. En zo geschiede…
In de instelling wachtte kleine Jacques, hij hoopte stiekem op een broertje. Een broertje dat hij zou leren knikkeren en waarmee hij kon voetballen.
En ja, de ooievaar bracht inderdaad een broertje! De zusjes werden naar huis gehaald en Jacques…kleine Jacques kwam nooit meer echt thuis. Hooguit voor een enkel weekendje of een korte vakantie.
Volgens zijn ouders had hij het immers zo goed in de instelling, nietwaar? Toen brak er iets in dat jongetje en hij groeide op tot een hard en verbitterd man, een man die kwetste om zelf niet gekwetst te worden, iemand die geen liefde kon geven uit angst afgewezen te worden…
Dit verhaal, collega's, is jammer genoeg niet fictief. Het is namelijk het verhaal van mijn vader. … Maar het is vooral een verhaal dat anders had kunnen en moeten lopen. Jacques had immers kunnen terecht komen in een nieuw gezin waar men met veel warmte en liefde zijn gekwetste kinderziel probeerde te genezen. Kortom… een pleeggezin.
Ik weet wel, de instellingen of plaatsvervangende tehuizen van nu, zijn in de verste verte niet meer te vergelijken met de instellingen van pakweg zestig jaar geleden.
Gelukkig maar! Maar toch, ondanks de professionele aanpak en het idealisme van veel opvoeders en begeleiders, slaagt men er niet in om de nestwarmte te creëren van een echt gezin.
Teveel kinderen uit problematische gezinssituaties of weeskinderen die niet bij naaste familie terecht kunnen, verblijven in een instelling of staan op een wachtlijst voor residentiële opvang.
Ook daar is het immers wachten geblazen, alleen al in de provincie Antwerpen staan bijna 1.300 jongeren op de wachtlijst. Veel van die jongeren zouden perfect kunnen opgevangen worden in een pleeggezin. Maar daar knelt nu precies het schoentje. In plaats van een toename van pleeggezinnen ziet men het bestand kandidaat pleegouders immers krimpen. Vorig jaar liep dit bestand met maar liefst 10% terug. Concreet betekent dit dat maar 1 op de 3 aanvragen voor pleegzorg kan ingevuld worden. Verder is pleegzorg nog relatief onbekend bij het grote publiek, men verwart het vaak met adoptie. Nochtans ligt er een wereld van verschil tussen beiden. Bij adoptie kies je immers een kind voor het leven, Bij pleegzorg echter kies je ervoor een stukje mee te gaan in het leven van een kind dat voor korte of lange tijd een nieuwe thuis nodig heeft. Bovendien zijn er ook nog de biologische ouders van dit kind waar terdege rekening moet worden mee gehouden. Het ligt voor de hand dat je als pleegouder ook moet kunnen loslaten en dat schrikt misschien eventuele kandidaat pleegouders af. Ondanks beloftes van de bevoegde minister om het statuut van pleegouders te verbeteren, is er daarvan nog bitter weinig te merken. Zo is er bvb. nog steeds geen bezoekrecht voor pleegouders nadat hun pleegkind het gezin heeft verlaten, dit vaak na een jarenlange plaatsing. Monique Verdickt, bezielster van de hulporganisatie Moeders voor moeders, moest dit tot haar grote spijt ondervinden. Zij spande een rechtszaak in om bezoekrecht te krijgen voor Marie, het ongewenste kindje dat ruim twee jaar in haar gezin verbleef. Nadat men de grootouders van Marie had gevonden, die bereid waren het meisje op te voeden, werd immers het contact verbroken. Monique verloor de rechtszaak en kreeg daarbij uiteraard een emotionele opdoffer..
De gouverneur haalt in haar jaarlijkse toespraak het belang aan van het Triple P project en de vzw De Stobbe. Ook ik deel haar waardering, er moet inderdaad in de eerste plaats worden gestreefd naar de mogelijkheid om een kind te begeleiden in zijn of haar gezin. Elk kind heeft er recht op te mogen opgroeien in het eigen gezin. Maar soms gaat het zo fout dat een kind maar kansen krijgt als het voor korte of langere tijd ergens anders mag opgroeien. Uiteraard zonder het contact met de eigen ouders te verbreken. De belangen van het kind moeten immers voorop staan. Pleegzorg zal dus steeds nodig blijven.
Op de provincieraad van 23 november 2006 werd een subsidie goedgekeurd voor STAP, het project Steunpunt Antwerpse Pleegzorg. Een van de doelstellingen van STAP was ondermeer pleegzorg bekender en aantrekkelijker te maken bij het grote publiek. Momenteel houdt STAP zich vooral bezig met vormingsessies voor pleegouders. Uiteraard is dit ook een goede zaak, deze vorming is nodig, maar promotie is er eigenlijk niet te zien in het straatbeeld.
Ik haalde reeds eerder het Triple P project aan, met dit project dat kadert in de Welzijnszorg van onze provincie, probeert men actief aan opvoedingsondersteuning te doen. Het provinciaal steunpunt Opvoedingsondersteuning sensibiliseert en motiveert ook de regionale actoren om initiatieven te nemen. Mooie voornemens, maar hopelijk betrekt men er ook de pleegzorg bij, die immers ook opvoedingsondersteunend kan werken, . ik denk ondermeer specifiek aan korte opvang, crisisopvang of zelfs weekendopvang.
Promotie voeren voor pleegzorg zou toch perfect passen in het kader van dit Steunpunt. Ik denk ondermeer aan het plaatsen van advertenties en het verspreiden van affiches en foldertjes op provinciale activiteiten voor het grote publiek.
En waarom niet , ook op de dagen van het provinciaal personeel.
Tot slot nog dit, het zou erg naïef van mij zijn te hopen dat door deze tussenkomst iedereen in dit halfrond stante pede pleegouder wordt.
Maar, collega's, misschien kunnen jullie er eens over nadenken… er wacht altijd wel ergens een kind.
Lut Cateau, Vlaams Belangfractie
JONGEREN MET EEN HANDICAP
Mevr. De Gouverneur, bestendige deputatie, collega's,
Al enkele jaren op rij vraag ik tijdens de budgetbespreking enige aandacht voor een bepaalde doelgroep in onze samenleving. Meer bepaald voor zwakkeren die misschien niet zo groot zijn in aantal maar daarom niet minder het recht hebben ook eens in de kijker te worden geplaatst.
Dit jaar wil ik enige aandacht vragen voor de jeugdige personen met een handicap en meer bepaald voor de jongeren die juist de leeftijd hebben bereikt waarop men als volwassene door het leven mag gaan. Het gaat om jongeren met een verstandelijke en/of motorisch handicap. Schoolverlaters die, nu de schoolpoort achter hen dichtslaat, in een totaal nieuwe wereld stappen. Ze hebben hun vertrouwde omgeving verlaten en komen in een gans andere leefomgeving terecht. Een leefomgeving waarin ze het niet gemakkelijk hebben en ook niet altijd begrepen worden.
Zo worden ze onmiddellijk al met het gegeven opgezadeld dat ze niet zomaar aan werk geraken en dit juist omwille van hun handicap. Zelfs in een beschutte werkplaats kunnen velen niet terecht. Toch moet ook voor hen gezocht worden naar een zinvolle en aangename dagbesteding. Velen van hen zullen dan ook verplicht zijn om in de toekomst hun daginvulling te zoeken in een dagcentrum.
Het vinden van een dagcentrum is een eerste probleem. De jongere krijgt een lijst met een aantal dagcentra. Dan kan de zoektocht beginnen naar een geschikt dagcentrum. Het is geen gemakkelijke beslissing te kiezen voor één bepaald dagcentrum. Al te vaak laat men zich inschrijven daar waar de wachttijd meevalt. Ook de ouders kijken met een kritisch oog mee. De dagcentra nemen immers een zware taak op zich en nemen een stuk verantwoordelijkheid van de ouders over. De centra zullen immers voor een groot stuk de taak van de ouders overnemen en instaan voor het verder onderhouden en ontwikkelen van de sociale vaardigheden en de zelfredzaamheid. Eerlijkheidshalve dient gezegd te worden dat in vele gevallen de scholen meehelpen een eerste selectie door te voeren. De school kent uiteraard de schoolverlater zeer goed en kan op basis van deze kennis de jongere in een bepaalde richting sturen.
De lange wachttijd is dus een pijnlijke vaststelling. Vraag die zich stelt, hoe kunnen deze wachtlijsten weggewerkt worden. Een gehandicapte jongere één of twee jaar loslaten zonder enige vorm van opvang is niet aangewezen. Ze komen uit een ietwat veilige omgeving en komen nu voor een lange tijd in een voor hen onzekere samenleving terecht
Indien er dan toch een plaats vrij is valt nog af te wachten of de betrokkene wel op de juiste plaats is terecht gekomen. Dit kan te maken hebben met het feit dat betrokkene over bepaalde vaardigheden beschikt maar deze niet kan benutten in zijn nieuwe omgeving, ofwel verwacht men van de betrokkene juist teveel. Er moet gezocht worden naar een
perfect evenwicht. De jongere moet zich aangetrokken voelen, zich thuis voelen, aanvoelen dat hij/zij ook een rolletje vervullen in de maatschappij. Dat hij/zij ook een schakeltje is in de grote ketting. Ik zou dan ook durven pleiten dat men de jongeren die in een dagcentrum verblijven zou opvolgen. Dat men zou nagaan over welke vaardigheden hij/zij juist beschikt. Kortom, dat men na een tijdje een rapport zou opstellen waarin vermeld staat over welke capaciteiten de persoon in kwestie beschikt. Met dit rapport in de hand kan gezocht worden naar het meest geschikte dagcentrum waar de jongeren zich goed in hun vel voelen en waar ze zich verder kunnen ontwikkelen.
Een ander probleem dat ik kort wens aan te halen. Om in aanmerking te komen voor een dagcentrum heeft men een attest nodig. Een attest waaruit blijkt dat de handicap ertoe leidt dat opname in een dagcentrum verantwoord en aangewezen is. Om dit attest te blijven behouden dient de gehandicapte zich in vele gevallen jaarlijks/tweejaarlijks te laten onderzoeken . Dit is voor de betrokkene en zijn naaste familie een niet al te prettige ervaring. De periodiciteit van deze onderzoeken is in veel gevallen veel te kort. Er moet zich al een wonder voltrekken wil men op één jaar tijd plots herstellen van zijn handicap. Ik ben de mening toegedaan dat hier een andere regeling kan uitgewerkt worden.
Ik hoop dat ik met deze tussenkomst een bijdrage heb kunnen leveren voor het welzijn van deze doelgroep.
Guy Eggermont, Provincieraadslid
COMMUNICATIE 2008
Mevrouw de gouverneur, Voorzitter, collega's,
Communicatie is in contact treden met de burger. De Antwerpenaar informeren over wat de provincie voor hen doet. En dat wilt niet zeggen enkel prestige projecten kenbaar maken, maar ook en vooral de dienstverlenende projecten.
Het recentste voorbeeld hoe het niet moet is ongetwijfeld de provinciebelasting. Collega Mariën kwam er daarstraks uitvoerig over tussen. Maar ik wil er nog één keer op terugkomen mijnheer Geuens maar dan t.a.v. uw collega de heer Wellens.
Want de respons op deze vrijstelling voor inwoners met een omnio-statuut heeft nog maar eens het gebrek aan duidelijke communicatie aangetoond. Mijnheer Wellens, duizenden gezinnen waren niet op de hoogte of wisten niet dat ze in aanmerking kwamen en betaalden zo onterecht de opgetrokken provinciebelasting.
Op welke manier of hoe gaat u de mensen bij de volgende belastingaangifte daarover informeren?
Het belangrijkste communicatiekanaal om de dienstverlening in de huiskamer te brengen is het internet.
Hoewel de internetstek provant.be informatief goed is onderbouwd bereikt het natuurlijk niet alle inwoners. De Antwerpenaar die niet over het internet beschikt wordt zo stiefmoederlijk behandeld. Ik denk dan vooral aan het gebruik van het digitaal loket maar ook het winnen van one-line vrijkaarten in wedstrijden, boekingen voor concerten of andere activiteiten in het Zilvermeer of andere groendomeinen.
Hoe ga je de niet-internetgebruikers bereiken die provinciale activiteiten willen bijwonen? Vorige budgetbespreking stelde u nog mijnheer Wellens: "met de webstek spelen we in eredivisie". Maar wanneer je bepaalde doelgroepen uitsluit of niet bereikt zak je al snel naar een lagere klasse.
Wat de communicatiemethode betreft in samenwerking met GvA kan ik kort zijn. Het mag geen goednieuwsshow worden voor de voltallige deputatie met de maar liefst 68.000 euro aan belastingsgeld, maar bruikbare dienstverlenende informatie naar de burger toe.
Tot slot blijven wij ons verzetten tegen de hoge kredieten die uitgetrokken worden voor het programma "provant" op de regionale zenders ATV en RTV. U gaat mij zeker antwoorden hoe het trouwens zit met de kijkdichtheid van dit tv-programma? Door wie worden de kijkcijfers geregistreerd van dit geldverslindende informatieprogramma?
Wat interne communicatie betreft rijzen er vaak problemen met het ophalen van documenten via onze elektronische post. Eén voorbeeld, begin oktober was het een paar dagen niet mogelijk om onze mailbox te openen.
Wat was de reden, ik neem aan dat toen ook alle personeelsleden met dit probleem kampten?
Bovendien is het geen uitzondering dat het inloggen via intranet of zelfs de provinciale helpdesk problemen geeft. Vooral het niet herkennen van het persoonlijk paswoord of een link die onvindbaar is geeft problemen.
Jan Claessen, Provincieraadslid
NOORD-ZUIDBELEID
Geachte Voorzitter, Geachte Gouverneur, Dame en heren van de deputatie, Geachte collega's,
Jaarlijks voorziet de provincie Antwerpen een bedrag voor de ondersteuning van de Noord-Zuidwerking. Verenigingen die in dit kader een subsidie mogen ontvangen van onze provincie, hebben doorgaans tot doel om van onze wereld een betere plaats te maken voor iedereen. Betere leef- en werkomstandigheden overal ter wereld vormen voor deze verenigingen een motivatie om zich te engageren voor, en het oprichten van bepaalde projecten. Onze fractie heeft dan ook geen enkel probleem om de meeste van deze verenigingen te ondersteunen.
Als we de lijst van verenigingen die op een subsidie kunnen rekenen even overlopen, komen we echter uit bij de naam 'Oxfam'. In het verleden werd door onze fractie al meermaals over deze organisatie tussengekomen. Vooral de opsplitsing van deze vereniging in Oxfam Fairtrade cvba en Oxfam Wereldwinkels vzw was onderwerp van discussie. Het feit dat een vzw moet zorgen voor de kapitaalsverhoging van een cvba en dit door een vermeerdering van haar aandelen in deze cvba deed ons de wenkbrauwen fronsen.
Maar goed, we waren niet alleen met onze bedenkingen. Enkele medewerkers van Oxfam Wereldwinkels vzw hadden eveneens vragen bij de werking van Oxfam Fairtrade en vroegen om een externe audit.
Onder andere het laattijdig verhogen van de toelage van Oxfam Fairtrade die de geholpen boeren krijgen om op gelijke hoogte te kunnen komen met de minimumwinsten van andere boeren uit hun regio, was voor deze medewerkers een reden tot protest. Door deze nalatigheid verdienden de boeren immers na enkele jaren terug minder dan het minimum en dit terwijl ze verkochten met een fairtrade-label, wat hen een normaal inkomen moest waarborgen. Dat ze voor dit label fors moeten betalen laat ik dan nog buiten beschouwing.
Er kwam uiteindelijk een externe audit over heel de gang van zaken en sindsdien werkt Oxfam Fairtrade met een zeer transparant systeem van inkomsten en uitgaven. Alle cijfertjes zijn vandaag de dag terug te vinden op het wereldwijde internet. Dit biedt onze fractie dan ook de mogelijkheid om nu en dan enkele dingen uit te zoeken.
Ik ga hier geen minutenlang overzicht geven van alle uitgaven en inkomsten van Oxfam Fairtrade. Maar ik wil toch graag enkele opvallende zaken aankaarten.
Oxfam Fairtrade boekt jaarlijks een nettowinst van gemiddeld 370.000 euro wat niet slecht is voor een non-profit organisatie. Even tussendoor vermeld ik er wel eerlijkheidshalve bij dat zij het boekjaar 2007 afsloten met een nettoverlies van -300.000 euro en dit door een investering van 625.000 euro. Desondanks hebben zij nog steeds een positief netto bedrijfskapitaal en blijft de solvabiliteit rond de 30%.
Als ik dan op zoek ga hoe deze jaarlijkse nettowinst geïnvesteerd werd en nog geïnvesteerd gaat worden in bijvoorbeeld Noord-Zuidprojecten die de arme bevolking ter plaatse vooruit helpen, dan blijf ik spijtig genoeg op mijn honger zitten. Al deze centen dienen immers voor eigen gebruik.
De nieuwe gebouwen van Oxfam Fairtrade, het vernieuwde wagenpark, de dividenden van de aandeelhouders, en zo meer werden van de winsten betaald. Oxfam Faitrade gaat er dus van uit dat de centen voor ontwikkelingshulp in het Zuiden aangewend worden via Oxfam Wereldwinkels vzw. Een vrijwilligersorganisatie die door subsidies, onder andere van onze provincie, en door middel van schenkingen geld vergaard om via projecten het arme Zuiden van betere leefomstandigheden te voorzien.
Oxfam Wereldwinkels, samen met Oxfam-Magasins du monde kende een omzet van 10.622.563 euro. Dit is gelijk aan 51,7% van de totale omzet van Oxfam Fairtrade in 2007. Oxfam Wereldwinkels krijgt daar, zoals ik lees in het jaarrapport van Oxfam Fairtrade, niets van terug op gebied van financiële steun die kan gebruikt worden voor ontwikkelingshulp.
Als een overheid zoals de provincie natuurlijk jaarlijks een subsidie blijft geven aan Oxfam Wereldwinkels en dit samen met alle andere subsidieverstrekkers en schenkers, dan zal deze situatie niet snel verenaderen. En onze fractie beseft wel dat een subsidie van om en bij de 2000 euro op jaarbasis peanuts is voor de provincie, maar dit is het evengoed voor Oxfam Fairtrade die een jaarlijkse nettowinst van 370.000 euro genereert. Onze vraag om deze subsidie uitgaande van onze provincie aan Oxfam af te schaffen lijkt me dan ook legitiem.
En nu we toch over Oxfam bezig zijn moet er mij toch nog iets van het hart.
Via het princiepakkoord om zoveel mogelijk eerlijke handel-producten aan te kopen voor de provinciale instellingen kwam de provincie enkele jaren geleden tot de aankoop van Oxfamproducten. Binnen de branche van Fair Tradeproducten bood dit 'merk' blijkbaar de beste offerte. Wat de koffie betreft gaat het echter wel om Douwe Egberts-koffie omdat die bemerkten dat het opkleven van een Fair Trade label op hun producten wel eens goed financieel zou kunnen opbrengen.
Over de waarde van het Fair Trade label in het algemeen ga ik niet verder uitwijden. Dat zou ons te ver leiden en wel eens pijnlijk kunnen worden voor de 'goedgelovige wereldverbeteraars'.
Deputé Jos Geuens sprak in de voorstelling van zijn beleidsdomeinen over doelstellingen en over het niet halsstarrig vasthouden aan een gebetoneerde cyclus.
Wat het principeakkoord omtrent het aankopen van Fair Trade-producten aangaat kan ik dan ook het volgende voorstellen. Blijf niet langer hangen in de gedetoneerde cyclus van deze toch wel erg sentimentele aankopen bij een bedrijf, of liever multinational, dat er in theorie mooi uitziet maar dat in de praktijk er op uit is zichzelf te verrijken en als het er écht op aankomt zelfs geen eurocent gunt aan projecten voor ontwikkelingshulp.
Wat de doelstellingen betreft waar deputé Geuens het over had, kan de provincie misschien eens een nieuwe doelstelling in overweging nemen. En nu citeer ik even de Gouverneur uit haar rede van 10 oktober laatsleden.
" Mechelen, Klein-Brabant, de Kempen en Antwerpen, elk van deze regio's zal ik zo vaak mogelijk bezoeken. Hun eigenheid en identiteit verdienen het om in onze heterogene provincie volop tot hun recht te komen. (...) Samen sterk, met respect voor ieders eigenheid én oog voor het gemeenschappelijk Antwerps belang naar buiten uit...zullen Antwerpen sterker maken dan ooit."
Vorig jaar werd tijdens de begroting nog betoogd: "De provincie is zoals God. Ze is overal maar je ziet ze niet." Wel, beste collega's, de provincie kàn, via een nieuwe doelstelling en met respect voor de verschillende Antwerpse identiteiten, zichzelf zichtbaar maken en dit door het principe om Fair Trade-producten aan te kopen te veranderen in het principe om streekproducten uit de provincie Antwerpen aan te kopen.
Onze fractievoorzitter Raf Liedts haalde reeds het succes van Prominant aan. Ook het door hem besproken Bollekesfeest in de stad Antwerpen, via de vzw Antwerpse Streekproducten, bleek een groot succes. Al deze handelaren uit de provincie Antwerpen zouden extra in de kijker kunnen gezet worden wanneer de provincie in haar gebouwen producten zou aanbieden van deze handelaren.
Het diner dat morgen ter ere van ons noeste werk wordt aangeboden zou dan vanaf volgend jaar een volledig Antwerps etentje kunnen zijn. Ik verwijs hier graag even naar de Duitse Bondskanselier die er op staat dat, wanneer er een buitenlandse en hooggeplaatste gast met hem mee aan tafel schuift, alle producten die gegeten worden uit de Duitse staat afkomstig zijn, om zo zijn land ten volle te promoten. Ook op culinair vlak. Het is uiteraard maar een suggestie.
Bert Deckers