Interpellaties
06 november 2007
Begroting - POM versus VLAO
Wanneer bepaalde bestaande structuren worden veranderd, dan verwacht men uiteraard achteraf een meerwaarde. Zoniet is het veranderen een maat voor niets geweest.
Een voorbeeld hiervan is de omvorming van de vroegere GOM's naar 2 nieuwe structuren: de Vlao (het Vlaams Agenschap Ondernemen) en de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen, ook wel POM's genoemd. Het gevolg hiervan is dat de bestaande GOM werd opgedeeld in de 2 voorgaande structuren.
Biedt dit nu momenteel een meerwaarde? Komt men tot een beter beleid?
Voorlopig moeten wij deze vraag negatief beantwoorden. Het is duidelijk dat er een scheidingslijn is getrokken tussen de verdiepingen in de Lange Lozanastraat. Voor de provincieraadsleden van de meerderheid: daar staat het gebouw van de POM/VLAO. De scheidingslijn is duidelijk getrokken. Volgens ingewijden bestaat er nauwelijks of geen overleg tussen beide diensten, die nochtans hetzelfde moeten nastreven: een vebetering van het economisch klimaat in Vlaanderen en/of de provincie Antwerpen.
Ook de wetgever maakt het niet gemakkelijk, en plaatst beide diensten beijna als concurrenten naast elkaar. Een voorbeeld hiervan is het nieuwe decreet aangaande de Brownfieldconvenanten. Daarin werd het VLAO aangeduid als indienpunt. Via zo'n convenant krijgen projectontwikkelaars en investeerders een aantal juridisch-administratieve en financiële voordelen bij de ontwikkeling van braakliggende en onderbenutte bedrijventerreinen. Daarmee wil de Vlaamse Regering hen ertoe aanzetten bij voorkeur verlaten sites (brownfields) te hergebruiken in plaats van nieuwe gebieden (greenfields ) aan te snijden voor de ontwikkeling van industriële activiteiten, woningbouw of recreatie.
Wat betekent dit voor de bestaande Brownfieldprojectsen, zoals bvb Willebroek? Kan/mag de POM nog de drijvende kracht blijven achter dit project, of moet de leiding uit handen gegeven worden aan VLAO. En wie betaalt dan de reeds gemaakte kosten? Het nieuwe decreet geeft wel duidelijkheid enerzijds, maar creert onzekerheid anderzijds. Uit de motivatie van de minister blijkt duidelijk dat hij het zelf ook niet zo goed weet. Ik citeer:" Aangezien de techniek van het afsluiten van een brownfieldconvenant zowel administratief als juridisch onontgonnen terrein is, opteren we voor een eerste experimentele fase, beperkt in de tijd", stelt de minister. "We hebben nu immers nog geen zicht op hoeveel en welke projecten (aard, locatie, grootte...) we aangeboden zullen krijgen. Op basis van de ervaringen in deze eerste fase kunnen we later, met het oog op een tweede oproep, wel een meer thematische aanpak uitwerken.". M.a.w het Brownfieldproject Willebroek is blijkbaar niet gekend bij de minister, alhoewel dit project toch al redelijk ver gevorderd is.
Daarom had ik graag van de deputé geweten hoe hij de gevolgen van dit nieuwe decreet inschat. Ziet hij opdit gebied nog een rol weggelegd voor de POM?
Bart Van Hove